Pesten (kaartspel): de spelregels

In ieder huishouden is het kaartspel "pesten" wel eens gespeeld. Het doel van het kaartspel is om de kaarten die je in je hand hebt sneller kwijt te raken dan de andere spelers. Er bestaan van het kaartspel pesten diverse varianten. Hieronder worden de officiële spelregels van het spel nog eens uitgelegd.

 

Pesten: de spelregels

Het doel van het kaartspel pesten is om alle zeven kaarten die je bij aanvang van het spel krijgt, zo snel mogelijk weg te werken. De speler die als eerst alle kaarten heeft weggespeeld, wint het potje.

 

Voor het kaartspel pesten wordt minimaal één compleet kaartspel van 52 kaarten plus jokers gebruikt. Men mag jokers en pakjes kaarten toevoegen. Dit kan handig zijn wanneer je met veel spelers in het spel zit.

 

Bij aanvang krijgt iedere speler een gelijk aantal kaarten van de stapel. Standaard is dit zeven kaarten. De overige kaarten worden op een stapel gelegd, met de achterkant van de kaarten naar boven. Zo kan men niet zien welke kaarten op deze stapel liggen. Deze stapel heet de trekstapel.

 

Nu moet er een tweede stapel worden aangelegd door van de trekstapel de eerste kaart te pakken en deze met de beeldzijde naar boven te leggen, zodat iedereen kan zien welke kaart dit is. Deze tweede stapel wordt de aflegstapel genoemd.

 

Spelers moeten nu om beurten een kaart "afleggen": dit betekent een kaart op de aflegstapel leggen die qua kleur of waarde gelijk is aan de naast neergelegde kaart op de aflegstapel. Bijvoorbeeld:

 

  • Er ligt een harten vijf als naast neergelegde kaart: de volgende speler mag een schoppen vijf afleggen
  • Er ligt een kaart van de kleur "ruiten": de volgende speler mag een andere ruitenkaart afleggen
 
Kan de speler helemaal geen kaart afleggen, dan moet hij een kaart van de trekstapel nemen. Kan hij deze kaart wel spelen, dan mag dat in dezelfde beurt.

 

Wie op deze manier al zijn kaarten als eerst heeft weggespeeld, heeft het potje pesten gewonnen. Echter: men kan het spel niet winnen door met een pestkaart te eindigen . Pestkaarten hebben speciale regels. Daarover hieronder meer.

 

 

Pestkaarten

Pestkaarten zijn kaarten waarmee je je tegenstanders kunt pesten en in het nadeel brengt. Over de pestkaarten variëren plaatselijk vaak de spelregels: de buren kunnen pesten bijvoorbeeld al heel anders spelen. Het is dan ook raadzaam om vooraf afspraken hierover te maken, voordat het potje pesten ontaardt in een discussie over hoe het gespeeld moet worden.

 

Men kan het spel niet winnen door met een pestkaart te eindigen. Mocht de enige kaart die een speler nog heeft een pestkaart zijn, dan kan deze de kaart wel spelen, maar moet men een nieuwe kaart (die nu de laatste kaart wordt) van de trekstapel pakken.

 

Twee

Wanneer iemand een twee speelt , dan moet de volgende speler twee kaarten van de trekstapel pakken. Deze volgende speler kan, als hij deze in zijn hand heeft, ook ervoor kiezen om ook een twee af te leggen. Dit betekent dat de daaropvolgende speler vier kaarten van de trekstapel moet pakken (twee plus twee kaarten). Men kan ook een joker spelen (zie pestkaart joker).

 

Zeven

"Zeven, blijven kleven": als een speler een zeven speelt, dan mag hij daarna nog een kaart spelen. Dit mag ook weer een zeven zijn, zodat hij weer mag blijven kleven. In theorie kan een speler die vier zevens heeft, dus vijf kaarten in één beurt spelen.

 

Acht

"Acht, wacht": Als een speler een acht speelt, dan moet de volgende speler een beurt overslaan.

 

Boer

Als een speler een joker speelt, dan mag hij de kleur bepalen van de volgende kaarten die worden gespeeld.

 

Joker

De volgende speler moet vijf kaarten van de trekstapel pakken. Wanneer de volgende speler echter besluit een twee of een joker te spelen als hij die heeft (in plaats van de kaarten te pakken), dan moet de speler het totaal pakken (bij een twee en een joker dus zeven kaarten).